Congee Pedalee

over fietsen, reizen en bijzondere ontmoetingen

7 april 2021

Sneeuw! Hagel! Wind! De temperatuur keldert en mijn humeur ook een beetje. Op 5 en 6 april wordt alles gepakt en gezakt, de living ligt vol bergjes. Een bergje slaapgerief, 4 bergjes kleren, een bergje kabeltjes, een bergje schermen, tent en kampeerstoeltjes, tarp, tapijt, kookgerief … en zakjes … veel zakjes… allemaal waterdicht en perfect georganiseerd. Zo zijn wij!

Het zijn hectische dagen. Ons huis wordt verhuurd. Er moet opgeruimd, gekuist, en verhuisd worden. Bart stort zich op komoot voor de route, ik op de overnachtingen. Het wild kamperen zal voor later zijn, als het weer beter wordt en het landschap wat minder verkaveld. Gelukkig zijn er platforms als campspace en welcome to my garden waar mensen hun tuin openzetten voor trekkers. Welcome to my garden is helemaal gratis en biedt veel mogelijkheden in België. Camp space is een beetje sjieker en betalend maar je kan er ook hutjes huren, dus interessant! Naast het inpakwerk zijn er nog elke avond afscheidsdrinkjes aan een vuurtje met een klein gezelschap. Zeer plezant maar dodelijk na een week…

Op 7 april, 9:30 komen onze huurders ons huis overnemen, dus we hebben een echte deadline. We halen de deadline en zijn helemaal klaar, fysiek, in mijn hoofd denk ik nog steeds, my God, wat een shitty weer … kunnen we niet naar Thailand … Er zijn vrienden ons komen uitzwaaien, mijn hart wordt daar warm en week van… Nanou maakt zich al een beetje zorgen om de samenscholing van mensen… We rijden Gent uit, stoppen bij Ben en Ineke, die de kinderen hun schoolboeken voor volgend schooljaar zullen nasturen, stoppen bij bakker Klaas voor een berg zuurdesem lekkers on the house en dan zijn we weg, richting Waregem, of al places!

Nacht 1 brengen we door in de tuin van Tom waar we met een vuurtje, een soepje en een Rochefort 10 verwend worden. De etappe was kort maar koud. Onderweg zien we veel mensen heel erg verbaasd kijken, 2 gigafietsen, met een pak bagage, teensletsen on top en een streepje classic 1000 door de box schallend… Nanou vindt het schaamtelijk maar we krijgen wel heel veel sympathieke reacties, mensen steken een duim omhoog, doen een babbeltje en vinden het stoer.

Ooh waw, het gaat echt gebeuren. Nog een dikke week en we zijn weg. De lijst met to do’s wordt korter, alles dat op de paklijst staat is ergens in huis of besteld en onderweg. Nu nog alles centraliseren en in de zakken duwen. Moeilijke beslissingen, toch nog een extra jeansbroek meenemen of niet, oorringen thuislaten of meenemen, brei meedoen of niet, welke schoenen, teensletsen ja of nee, droogshampoo of gewone shampoo, … gaat iedereen wel warm genoeg hebben … Onze eerste bestemming is België, als aperitiefje. En daarna hopelijk via Holland door Duitsland naar Zweden, de ark van Noah voor reizigers in Corona tijden.

Onze kippen reisden ondertussen al naar de boerenbuiten van Beernem.

Vorige week werd ik door google herinnerd aan een dag in januari 2020. De dag dat we onze 2de lading spuitjes kregen in het UZ. Het was een vermoeiende sessie, we moesten lang wachten, de kinderen waren druk en werkten op de zenuwen van de dokter die alles nog eens doornam, Ramon was in alle staten toen hij zijn prikken kreeg en er kwamen 2 extra verpleegsters aan te pas om hem stil te houden, we waren helemaal murw toen we buiten kwamen maar ook klaar voor ons Oosters avontuur.

We werden gevaccineerd tegen teken encefalitits voor Mongolië, Japanse encefalitis voor Japan, rabiës, tyfus, hepatitis… In de maanden erna zagen we ons plan kleiner en kleiner worden. Azië werd Europa, Europa is ondertussen België??? Ondertussen is ons huis verhuurd, in april leven we onderweg. Het is nog 2 maanden, hopelijk brengt de lente virale rust.

Kerstvakantie. Na een week met de kindjes in een stacaravan in Saint-Hubert waar de dagen bestaan uit de pellet-kachel terug aankrijgen, de condens van de vloer dweilen, in de sneeuw/modder sloffen, glijden en rollen, lezen en breien hebben we een lichte knaldrang om er nog eens met de tent en de rugzak op uit te trekken. Het wordt de GR15, een langeafstandspand van 220km dat loopt van Monschau naar Aarlen langs de Hoge Ardennen. We lichten er een klein stuk uit, de etappe van Eupen naar Aywaille, een 56 km, de dagen zijn kort, het hoeven geen monster etappes te zijn. We springen op 1 januari om 9u (wie had dat ooit gedacht) op de trein naar Eupen voor 3 dagen wandelen. Anders dan anders is het winter! We duwen allebei een donsslaapzak met extra liner en thermisch ondergoed in de rugzak, samen met het luxe-artikel van het jaar, de vouwbare ultralichte stoel. Geen pauzes op een vochtige boomstronk in 2021!

1 januari 2021

In Eupen staan de rood/witte merktekens alle richtingen op, een waar kruispunt van GR’s. Het horloge met ingeladen route komt van pas en we zijn direct en route in de goeie richting. Na een km of 2 langs een drukke weg duiken we het bos in en is het rustig en stil.

klaar voor de tocht, in a pinky mood!

Het pad loopt door het Westhertogenwald, een gemengd woud van den en loof, de paden zijn breed, hier en daar is er een eenzame wandelaar of sportieve jogger maar geen stormloop hier. Het zonnetje komt er even door en na een paar kilometer gaat het stevig bergaf naar La Gileppe. Tijd voor een theetje onder de 13 meter hoge majestueuze leeuw van la Gileppe aan één van de oudste stuwdammen in Europa. We hebben ons vestimentair nogal analoog uitgedost, ik helemaal in t rozze, Bart in ’t blauw, zelfde rugzak, zelfde jas, zelfde schoenen… en maar lachen met die koppels die zich in dezelfde outdoortenue steken…

Bart condenseert waar hij staat!

De namiddag vordert. De zon laat zich nog eens zien en werpt in de verte een prachtig licht op de hoge venen, die dit weekend no go waren voor sneeuwzoekers. Zo in de verte liggen ze er vredig wit en stil bij. Hier geen sneeuw maar veel water. De paden zijn nat en de bosbeekjes zijn het stadium van kabbelen allang voorbij. Onze bottinen hebben hun beste tijd gehad en het water gutst tussen ons tenen.

Een slaapplaats vinden is niet zo eenvoudig. Het ligt er overal veel te zompig bij om de tent op te slaan. Campings zijn er niet en bivakplaatsen al helemaal niet. In een vallei vinden we dan toch na wat zoeken een plekje naast het pad. Het is 17u en de avond valt snel. We zetten de tent op, maken ons nest, plooien de stoeltjes uit en installeren ons met onze fles rum in de stoeltjes. De pot schaft pasta al fungi, klaar en opgeschrokt in no time. Even schrikken we wanneer er een terreinwagen komt aangereden op het pad naast ons, het is ondertussen stekedonker en de lichtbundel zet onze tent in de spots. We voelen ons toch wat betrapt en zien de bui al hangen, maar de wagen rijdt door en verdwijnt in het donker.

roodneuzen

Om 18:30 liggen we in ons thermisch ondergoed, in onze liner en in onze donzen slaapzak. Zalig warm slier ik heel de nacht naar het voeteinde en slaap niet zo fantastisch.

2 januari 2021

’s Ochtends zijn de rugzakken bedekt met een fijn ijslaagje. Het ontbijt smaakt, koffie met water uit een beekje, muesli met oplosmelk, kerstbrood van bakker Klaas, een stevig brood, vol vruchten, marsepein en rozijnen en zo naar de rum geurend dat ’t efkes paniek is dat onze fles is uitgelopen in de rugzak.

Wanneer we goed en wel aan het stappen zijn begint het te sneeuwen, het is nat maar wel schoon, alles wordt met een fijn wit laagje bedekt.

In het dorp Polleur, met speciale gedraaide kerktoren, passeren we een dame die ons erop attendeert dat ze verderop aan het jagen zijn. Daar hebben we niet op gerekend, maar we komen geen affiches tegen die onze doorgang verhinderen. Een viaduct met de E42 komen we wel tegen, in de absolute wildernis zullen we ons hier toch niet zo snel wanen. We stijgen stevig door het Bois de Staneu over een stenig pad. Een 7-tal kilometer voor Spa botsen we op een mooie plekje om te picknicken aan de vijver van Chawion. Bart vult een pannetje water uit een beekje, doet daar een sliding bij en we warmen een zakje wild ragout met eekhoorntjesbrood en bessen. Wat een feest. Nog een koffietje en we zijn klaar voor Spa.

lunch aan de vijver Chawion

Nabij Spa dalen we af, het stadje ligt er luid bij. De kerstmarkt staat er dit jaar niet maar de boxen met schreeuwerige muziek zijn wel van de partij. Sprankelend is Spa al lang niet meer, waar het vroeger een mondain kuuroord was ademt het nu vooral vergane glorie uit. We zijn niet zo’n fan van Spa en zijn blij wanneer we terug de bossen induiken. Het pad gaat opnieuw stevig omhoog, er volgt een stukje asfalt en daarna gaan we door het Bois de Mambaye waar een beekje ons vergezelt.

Het is een gevarieerd pad, we wandelen door dichte bossen, eindeloze glibberige veldpaden, op en neer, in de stilte met een laagje sneeuw. De ganse middag zien we ideale plekjes om de tent op te zetten, plat, open, droog, kabbelend beekje in de buurt, maar vanaf het moment dat we een tentplek zoeken is het gedaan met mooie plekjes. Vanaf nu enkel dorpen, verzopen weides, scheve bossen en vooral veel water.

Vlak voor we aan de Ninglinspo komen botsen we op een zacht naaldbos. Perfecte spot! De stoeltjes worden uitgevouwen, de fles rum bovengehaald, water uit de beek en de pot op het vuur! We klinken nog wat verder op onze fantastische tentplek met rum en stoeltje en duiken dan tenslotte met halfvervroren tenen de tent in.

precies palmbomen

In onze slaapzak horen we nog wat geweren knallen en honden blaffen in de nabije verte, de jacht komt dan toch een beetje dichterbij. Gelukkig komt de meute honden niet naar ons bosje en wordt het heerlijk stil.

3 januari 2021

Na een verkwikkende nacht tijd voor een verkwikkend ontbijt bij een vuurtje. Bart sleurt al het ganse weekend een bundeltje droog hout mee dat we eindelijk durven aansteken. Het vuurtje is een zaligheid, instant warmte en knetterende gezelligheid.

Op een steenworp van onze slaapplek wijzen de nadar hekken en corona boodschappen ons erop dat we de Ninglinspo-ravijn naderen. Om een volkstoeloop te vermijden mag je de site enkel betreden als je in de streek woont of een overnachting hebt geboekt in de buurt. We vinden dat we wel een soort overnachting in de buurt hadden en op een modderbad aan de bosrand zijn er geen obstakels die de toegang verhinderen. Het is er zeer rustig, het is een grijze koude dag, we lopen het eerste stuk quasi alleen en komen op het ganse traject misschien 20 wandelaars tegen. We liepen hier allebei in de zomer van 2019 de ohm trail op een snikhete junidag. Toen waren de dagjesmensen een bijkomend obstakel, op elke steen lag een handdoek en in de baden speelden kindjes en dobberde volk. Vandaag is het ietwat anders, het is 30 graden kouder, winter, nat en glibberig. De watervalletjes en poelen zijn vol en wisselen elkaar snel af door dit prachtig stukje Belgische natuur.

Na de Ninglinspo fantastico volgt een saaier stuk dat gedomineerd wordt door de E25. Er volgen lange asfaltstroken onder het geraas van de snelweg. Het pad gaat onder een viaduct en loopt door Remouchamps, dat er anno corona wat triestig bij ligt. Voorbij Remouchamps gaat het langs een stenig pad opnieuw stijl omhoog naar de belvédère Walter Fostier, waar we een mooi zicht hebben op de Amblèvevallei (en het viaduct van de E25).

Het laatste stukje wandelen we op een mooi plateau langs een steengroeve, weides en stukjes bos. Daarna gaat het in een stevige zigzag bergaf naar Aywaille. Het hoogtepunt van Aywaille is een vette pita en een pintje op een bankje aan het station! Santé!

In juni wandelden we de Lee Trail, een zalige brok natuur. Nog onder de indruk van al dit schoons, deden we geheel onverwacht een bezoek van 36 uur (In coronatijden een grote luxe) aan Kautenbach.

De dag kondigt zich fris aan. Griet gaat een toer van 20 km trailen. Ik mag me een 50-tal km uitleven op mijn Big Bro (MTB). Griet leert dat ze in Luxemburg de bossen niet afsluiten voor de jacht. Gezwind en zonder angst loopt ze tussen de fluo oranje en gele mannetjes. De hoogtemeters stapelen zich op en de moraal wordt, samen met de zonneschijn, alleen maar beter. Geen tijdsdruk (want geen kinderen die zitten te wachten), dat zorgt voor een voldaan lopershart en veel zuurstof in de hersenen.

Ik haal het in mijn hoofd om een deel van de Lee Trail te fietsen. Eerst wat opwarmen met een goed uitgepeilde MTB route in de buurt van de camping. Een klein uur en redelijk wat hoogtemeters later beslis ik dat het tijd is voor het moeilijke werk. De Moberlee Kam (een kammetje natuurlijk). Een supertechnisch stuk. Een paar locals scheuren het pad naar beneden. Ik heb daar niet de skills voor en kies voor een combinatie van stappen en fietsen. Niet om me voor te schamen denk ik gans de tijd… Daarna gaat het via een variatie van bospadjes en weidewegels op en neer. Een paar supersteile klimmen en afdalingen later kom ik op een mini wandelpad. Deze gaat naar Dirbach Plage, waar een leuk restaurant hotel en een ‘strand‘ (granieten stuk steen) wachten in warmere maanden.

Vandaar begint het freewheelen en het breien aan een onbekend parcours. Via Bockholtz richting Dahl. De klim is pittig en er wordt weer gestapt, daarna volgt een leuke snelle afdaling met haarspeldbochtjes en brede lekker drassige bospaden, richting Kautenbach. Daar beslis ik om nog een stuk van de Lee Trail te rijden die we niet gestapt hadden in juni wegens iets te veel geaperitiefd. Het parcours geeft me gelijk. Goed dat we dit niet gestapt hebben na de lekkere biertjes. Het is nog een zwaar stuk naar boven, hier geen voetjes aan de grond. De afdaling richting camping is heel leuk en heel steil. Deze lukt me wel zonder stops. Eindelijk weer één met de fiets! Op de camping wacht een late lunch en een lekkere Duvel.

De zomer van 2020 bracht niet veel spectaculairs. We hadden niets gepland want we dachten dat we in september een jaar op reis zouden vertrekken. Onverwacht werd in augustus ook een catering opdracht van 2 weken in de Ardennen last minute gecanceld. Balen bij de zoveelste annulering, tegelijk kwam er een gat van 2 weken in onze agenda. Toch een lichte vreugde bij een onverwachte vakantie van 2 weken. We dachten aan iets dichtbij in het groen dat we nog niet hadden gezien en het werd Schwardzwald! Ik vond inspiratie op de blog van Stien en een plan werd gesmeed. We hadden onze zinnen gezet op de Schwarzwaldpanoramaradweg, alleen al om het uit te spreken. De fietsen werden gedemonteerd en in onze camionette geplooid. Fietszakken werden zeer bedachtzaam gevuld. Enkel het noodzakelijke en een paar luxeartikelen (zoals opblaasband, hangmat, frisbee, bal) werden ingepakt. Achteraf gezien was het noodzakelijke toch nog vrij uitgebreid.

Van kaarten worden wij blij!

Het traject

Het plan was om de Schwarzwald Panoramaradweg te volgen tot aan de Rijn en dan het vervolg te bedenken. We vertrokken vanuit Höfen an der Enz, een dorpje langs de Enz dat al een beetje hoger en groener ligt dan het officiële startpunt van de Panoramardaweg, Pforzheim. Na een paar kilometer konden we in Bad Wildbad een alternatieve route nemen. Deze voerde ons recht het woud in en daarvoor waren we naar Schwarzwald gekomen. We zijn niet meer teruggekeerd naar de Panoramaradweg. We genoten te hard van de stilte en de geborgenheid van het dichte groene woud en hadden al vlug door dat de Panoramaweg eerder langs dan door het woud ging.

We reden vooral op kaart en op goed geluk. In het algemeen is het moeilijk om verloren te fietsen in Schwarzwald. Er is een uitgebreid fietsennetwerk dat zo goed als volledig autovrij, bewegwijzerd en meestal onverhard is. Het is er wel stijl. De paden gaan vaak recht omhoog. Naar boven rijden is soms onmogelijk, naar beneden rijden soms ook (voor mij toch, Bart heeft daar minder last van). Soms zaten we duidelijk op een wandelpad en was het teambuilding om de fietsen naar boven te krijgen, soms waren we het noorden kwijt en legden we alle apparatuur en kaart en wegwijzers samen om ons te oriënteren. Iedere dag namen we ons voor om de volgende etappe uit te tekenen en op onze telefoon en garmin op te slaan maar we eindigden onze fietsdag altijd iets te vroeg op een terras en er kwam van route uittekenen nooit iets in huis. Damn those big German beers.

We hebben ons traject niet getrackt. Onze apparatuur was permanent bijna plat, dus hebben we thuis een poging gedaan om onze tocht te reconstrueren. Het zag er ongeveer zo uit.

Onderweg

We sliepen in onze tent. We hebben ongeveer de helft van de tijd wild gekampeerd en de andere helft van de tijd op een camping gestaan. De campings in Duitsland vonden we nogal duur (wij betaalden ongeveer €50 per nacht voor ons 4) maar wel spikkerdespan. Je kan er van de toiletbril eten, zo proper zijn ze! Het nadeel is dat het sanitair zowat de helft van de tijd niet toegankelijk is omdat er gekuist wordt. Qua sfeer en gezelligheid kan het variëren. Het wildkamperen vonden we leuk en spannend. En nog meer dan een camping was elke plek totaal anders.

3 augustus 2020: Gent – Höfen an der Enz

Na een bijzonder geslaagd vertrek staan we om 14u30 aan Camping Quellgrund in Höfen aan der Enz. De camping houdt siësta tot 15u. In afwachting eten we lunch uit de fietszak en melden ons stipt aan bij een cowboyachtig type. De camping is een aanrader. Het tentveld ligt langs de kabbelende Enz en er is een gezellige biergarten waar ze lekker eten serveren. Ze durven wel doorrekenen. Om onze auto op de parking te laten staan vragen ze 10€ / dag. We vinden dat nogal veel en beslissen om hem in het dorp aan het station te zetten.

We moeten nog een beetje onze weg zoeken in onze bagage en zijn de namiddag bezig met tent opzetten, fietszakken herorganiseren en fietsen monteren. ’t Is efkes paniek wanneer de ketting van één van de Pino’s gedraaid zit en zich langs geen kanten terug laat draaien. Ettelijke youtube filmpkes verder valt hij terug in de plooi. Geen idee hoe we het uiteindelijk gefikst hebben. ’s Avonds eten we pizza in het dorp en rijden in de gietende regen terug naar onze camping.

4 augustus: exit panoramaradweg

Met de natte tent in de zak – altijd een heerlijke start van een kampeervakantie – verlaten we Höfen an der Enz. Het gaat reuzevlot. De Schwarzwald Panoramaradweg loopt langs de camping en staat mooi bewegwijzerd. Na een paar kilometer langs de rivier en af en toe een zijsprong in het bos kunnen we in Bad Wildbad een alternatieve route nemen die ons wat meer in de bossen zal brengen. Daarvoor moeten we eerst stevig stijgen langs een mottige weg die heel stijl is en heel druk. Er is ook een kabellift, de Sommerbergbahn. Daar past na wat aandringen 1 Pino in. Bart zet zich aan de beklimming, terwijl de kinderen en ik ons naar boven laten takelen.

Eenmaal boven gaat het pad door het zwarte woud. In het begin zijn er heel veel wandelaars maar deze geraken hoe verder hoe meer uitgedund. Het is zalig fietsen. Het weer is goed, we zijn er na een tijdje zo goed als alleen met enkel de lange groene dennen en sparren. De zon schijnt door de toppen en het woud is groen en dens en bijna tropisch met hoge varens en mos. Het is prachtig. We zien op de kaart dat de Panoramaradweg ons terug naar de rand van het bos brengt en vooral langs de dorpen kronkelt. Vanaf dan laten we de Panoramaradweg los en rijden we op kaart.

’s Avonds eten we schnitzels en knödeln in het restaurant van een schattig hotel in Besenfeld. Onze eerste fietsdag willen we afsluiten met een wilde kampeerplek. Op de kaart zien we 5 km bergafwaarts een rivier en vertrouwen erop dat we daar wel een plekje zullen vinden. De kinderen zien het wild kamperen eerst helemaal niet zitten. In hun hoofd is het gevaarlijk (Ramon) en verboden (Nanou). Ze zijn gelukkig te overtuigen en na wat zoeken vinden we een heerlijke spot met hoog gras vlakbij de rivier.

In de tent staat het gras tot halfhoog en ’s nachts is het steenkoud, maar ’s ochtends als die zon van achter de berg komt en het natte gras droog schijnt, dan smaakt de koffie zo goed.

daar komt het zonnetje piepen

5 augustus

Na onze eerste nacht in het wild vullen we de buikjes met muesli en oplosmelk en zetten vaart naar een meertje 5 km verder voor een luxe-ontbijt van ijsjes, koffie en een duik in het water. We geraken maar moeilijk terug in gang.

De volgende halte is Freudenstadt (Nanou noemt het steevast fruitstad). De weg kronkelt langs mooie gravelpaadjes door het dichte woud. Het is al flink over de middag als we de stad bereiken. Heet, honger, leeg,… we smijten ons op het eerste terras dat we passeren en leven op van het koude Weissbier en het eten. Ramon is uitgehongerd en eet nooit geziene porties (frieten en schnitzels again). Freudenstadt blijkt een heel mooi stadje met frisse perken, pleinen en fonteinen. Daarna gaat het weer omhoog, ik vervloek het Weissbier en puf belabberd naar boven. Het is weerom genieten, iedereen is ook steeds heel vriendelijk en nieuwsgierig naar de fietsen. Schwarzwald rijdt vol oudjes op elektrische mountainbikes die ons steeds vragen of de sehr schönen Fahrräder eine Batterie haben? Wij antwoorden dan in Jean Marie Pfaff Duits dat de kinderen de Batterie zijn.

Onderweg stoppen we aan een bioshop in Schömberg om wat groenten en kaas in te slaan en raken aan de praat met wat mensen bij de shop. Ze maken deel uit van een biologische landbouwcoöperatie en leven er met een vijftal gezinnen samen. Ze maken brood en kaas, kweken groenten en fruit en houden dieren. Er is een atelier waar tuigen gemaakt worden waarmee paarden de akkers omploegen. De bakker nodigt ons uit om de tent in de boomgaard op te slaan. Het is er idyllisch, iedereen loopt er kleurig bij, is vriendelijk, de glooiende velden met groensels schitteren in de zon. ’s Avonds brengt de bakker koekjes, broodjes en een fles wijn. Nanou en Ramon vinden er vriendjes voor een dag en willen er niet meer weg. ‘s Avonds slapen we op een warm bedje van hartelijkheid en gastvrijheid.

6 augustus

We geraken weerom maar moeilijk weg. Ramon zit bij de beesten en wij op het terras van de shop aan de koffie met melk van de koe. We bestuderen de kaart, maken een plan, kopen nog wat kaasjes en broodjes, drinken nog een koffie en vertrekken richting Schenkenzell.

Het eerste stuk is zacht glooiend door de groene bossen, daarna wordt het een beetje woest en tenslotte blijft het maar stijl naar beneden gaan tot in Schenkenzell. Schenkenzell is een charmant dorp langs de Kinzig rivier. Het is prachtig weer en de rivier lonkt. Na enkele toertjes door het dorp vinden we wat verdroogd gras onder een boom langs het water waar we ons voor een uur of 2 installeren. In het parkje staan een soort knikkerbanen die ook als zonnebed dienst kunnen doen. Iedereen blij.

Op vraag van de kinderen reserveren we een camping met openluchtzwembad in Steinach. Het fietspad volgt de rivier en loopt lichtjes bergaf tot in Steinach. De route gaat vlot in het dal maar is ook een beetje saai. Er loopt een hoofdweg parallel aan het fietspad wat voor lawaai en veel passage zorgt. Tegen 18u zijn we ter plaatse. Nanou en Ramon popelen om in het water te duiken maar helaas, door corona en de drukte is het zwembad vroegtijdig dicht. De camping zelf maakt niet veel goed. Het is er heel erg druk, de tentjes staan zeil aan zeil en vlakbij onze tent ligt een bouwwerf van een dam die ze aan het bouwen zijn.

7 augustus: walhalla

We zijn nog nooit zo snel ingepakt en rijden richting Mühlenbach. Met een taartje op een bankje bestuderen we nog eens de kaart. Vanuit Mühlenbach gaat het langs de weg naar een punt dat Landwasser heet. De weg stijgt en het is warm. Eerst stijgt het gezapig langs een riviertje, het is puffen maar het gaat. De laatste 2 kilometer zijn crazy. Fietsen is hier met de Pino’s niet meer mogelijk. Zelfs Bart moet afstappen. Het is bloedheet en pal op de middag. Gegaard komen we boven. Op de top is er een restaurantje met een terras dat uitkijkt over de vallei. We bestellen frisse drankjes en vullen de buikjes. Ik dacht, ik bestel iets lokaals, ik dacht een regionale salade met een soort kaas. De kaas is fleichkaas, een teloor vol slierten hespeworst.

Na deze heerlijke uitspatting duiken we terug het bos in voor de schoonste etappe van de reis. Het is heet en we willen water. In Schonach, een 20 tal kilometer verderop is een Naturbad, wat een perfecte eindbestemming is voor deze dag. Het gaat de hele tijd lichtjes naar boven op een gravel pad door het bos, de schaduw doet deugd, we komen geen kat tegen. Nanou tatert er op los over alle vakanties van de laatste 5 jaar waar we met vrienden of familie een huisje huurden en gezellig ter plaatse bleven.

In Schonach rijden we recht naar het Naturbad en belanden in ons persoonlijk Walhalla. Een groot glooiend groen veld met veel bomen, een fris bad, weinig mensen, namiddagzonlicht, een toilet en last but not least, een bar! We geraken er niet weg en duwen de gedachte weg dat we nog een slaapplaats moeten zoeken. Om 20u sluit het domein. Naast het domein ligt een veldje met wat bomen en rotsen dat als parking dient :-). Ik vraag de badmeester of we onze tent in een hoekje mogen opzetten en hij vindt het goed. ‘s Avonds schaft de pot kruidige noodles uit een zakje die we met z’n allen uit 1 pot oplepelen. Daarna kruipen we in onze slaapzak en tegen de ochtend is de geur in de tent om achterover te vallen.

8 augustus – viva das Naturbad

Na een eerste ontbijt en een potje frisbee kopen we de plaatselijke supermarkt leeg en leggen onze handdoekjes onder een grote dennenboom aan het Naturbad.

We eten en zwemmen tot 17u en wanneer de zon wat minder genadeloos schijnt sleuren we ons op gang voor een korte etappe naar Linach. Het gaat onmiddellijk steil omhoog door het bos. We doen het rustig aan, Nanou trapt en ik duw de fiets naar boven, en zo komen wij stukje voor stukje vooruit zonder ons kapot te peddelen. Na de steile etappe volgt een prachtig stuk langs de weg. Het landschap begint wat op de Alpen te lijken en de avondzon zet alles in een prachtig licht. Het is echt genieten. We rijden door Fürtwangen en slaan af richting Linach, waar een camping zou moeten zijn. Nanou heeft de telefoon vast met de route en roept de kilometers af. Rond 19u komen we aan op een prachtige mini-camping met fenomenaal zicht op de vallei. De camping wordt uitgebaat door een stokoud vrouwtje. Ze heeft eigenlijk geen plaats, door de droogte is er geen water genoeg, maar ze wil ons na wat zielig doen niet wegsturen en we mogen blijven. Uit sympathie gaan we niet in de douche en kruipen stinkend de tent in. ’s Ochtends rijdt Bart de camping rond met een 84-jarige stacaravan bewoonster die de fietsen de max vindt.

9 augustus – Titisee

Ramon zingt al de ganse week “Waar is de Titisee? Daar is de Titisee!”. Dus vandaag rijden we naar de Titisee. De Titisee is een groot meer en ligt in het gelijknamige stadje (Neustadt)-Titisee. Het is een mooie rit (alweer). Grote stukken door het woud, kleine weggetjes langs dorpjes en soms een kort stukje hoofdweg. Veel rode wouwen ook, zwevend in het landschap. Na een klein uurtje fietsen stoppen we aan een biergarten en eten er ons eerste stuk schwarzwälder kirschtorte. Amai dat is lekker!

De weg is mooi tot we het stadje Titisee naderen, het wordt erg druk, het stadje zelf vinden we afschuwelijk. We schrijven anno corona, de stad loopt vol mensen, de terrassen en winkels puilen uit van het volk. Titisee is populair bij toeristen. Langs het water zien we de eivolle campings liggen. Het kriebelt om snel terug weg te rijden maar omdat het erg heet is zoeken we een plekje langs het water om te lunchen en te zwemmen. Ramon gaat vissen spotten en Nanou oefent haar achterwaartse koprol in de zwemband. Bart en ik bestuderen de kaart en beslissen om verder te rijden naar de Kirnsbergsee.

Nanoutje en de achterwaartse koprol.

Het is een opluchting weg te rijden en de drukte achter ons te laten. Onze route naar Kirnbergsee loopt wat fout en gaat via een drukke (ik), efficiënte (Bart) pas. Het is heet en het gaat omhoog. Na de pas volgt een zalige zachte afdaling van 7 km tot aan de Kirnbergsee. Het is er fantastisch, een groot stuwmeer met ganzenkolonie en kleine camping. Op de camping staan vooral stacaravannen. Er is een petieterig tentenveld aan het water waar we nog nipt onze tent bij krijgen. Het lijkt een festivalcamping met allemaal kleine tentjes en een paar uit de toon vallende familietenten. Het is er love and peace tussen de dreadlocks, de gezinnetjes, de metalheads en de fietsers.

Joehoe! Een festival!

Voor het eten duiken we nog even het water in. “Het water stinkt” zegt Nanou. “Dat komt van al die ganzenkak” zegt Bart. Mijn goesting om te zwemmen is op slag over en ik doe mijn best om mijn haar boven water te houden en mijn mond dicht. Na de zwem blijkt de keuken van de strandbar helemaal uitgeput te zijn. De trekmaaltijden die al een week in de fietszak zitten komen dan toch eindelijk van pas (we blijken ook al een week een leeg trekmaaltijd zakje gevuld met afval van de vorige wandeltrektocht mee te sleuren). De kinderen vinden die trekmaaltijden maar niets.

Ganzenkak.

10 augustus – rust op de festivalweide

Een echte rustdag op onze festivalweide aan het welriekende meer. Bart zorgt voor uitgebreid ontbijt en we hangen onze hangmatjes op. De dag kabbelt, de kinderen spelen in het water met de opblaasband en Bart en ik lezen een boekske in de hangmat, doen een dutje in de hangmat en drinken Aperol Spritz in de hangmat. Aan de kinderen geven we een zak chips zodat we romantisch in de hangmat van onze Aperol kunnen nipp.

’s Avonds eten we op de camping. Het eten is er niet fantastisch maar het is er zalig zitten. De kinderen springen nog eens in het water. Nanou blijft tot bedtijd in haar zwemband dobberen.

11 augustus

Adios festivalweide. De kinderen duiken nog eens in het ganzenmeer terwijl wij onze bagage bij elkaar scharrelen. Zoals elke ochtend lijkt het alsof onze tent zichzelf heeft uitgebraakt.

Het mag een beetje vooruit beginnen gaan dus beslissen we om de bosweggetjes even te laten voor wat ze zijn en terug de Panoramaradweg te volgen. Na een halfuur fietsen zitten we in het eerste dorp op een pleintje boterkoeken te eten, een uur later zitten we in het volgend stadje op een terras een ijscoupe op te lepelen, zo gaat het niet goed vooruit. Toch terug het bos in.

We rijden richting Sint Georgen im Schwarzwald om van daaruit terug naar boven te rijden. Het eerste stuk is gezapig en volgt een spoorlijn. In de verte begint het wat te rommelen en de lucht wordt een beetje donker. Wanneer we door Sint Georgen rijden begint het te regenen en te donderen. We rijden verkeerd, het is donker en nat, de sfeer is op en top. Na een tijdje klaart het terug op, schijnt de zon, verandert het landschap en is het opnieuw zeer scenic. Na een kleine omweg en veel hoogtemeters belanden we op een fantastisch terras en genieten van heerlijke dikke licht zurige aardappelsoep, kaasjes, vleesjes, Weissbier, … Overnachten doen we in een bos tussen de naaldbomen op een bedje van mos en naalden. Helaas staat er ook een windmolen 50 meter verderop die bij lichte wind een afschuwelijk geluid maakt. Het klinkt als een een alarm en Nanou is direct in alle staten. Het duurt even voor we door hebben dat het de molen is die het gierende geluid maakt en tuimelen in dromenland op een moment dat het even stil is. ’s Nachts is het warm in de tent en het ruikt er eens niet naar zweetvoeten en stinkkleren. Heerlijk dat dennenbos.

Verder lezen

Begin 2020 kochten we tweedehands 2 Pino Hase tandems. In maart brak de pandemie uit. Ieder werd aan zijn huis gekluisterd en er werd nog nooit zoveel gefietst in Vlaanderen. De lockdown gaf ons uitgebreide mogelijkheden om testritten aan elkaar te rijgen. Vanuit onze home base in Gent zaten we in no time op één van de talrijke fietsostrades die je veilig de stad uit voeren waarna een andere wereld zich ontvouwt. Lieflijke dorpjes, boerenwegels, glooiende (Vlaamse) Ardennen. Dankzij de lockdown legden we serieuze afstanden af en kwamen we na zo’n tocht ook steeds met 0 promille thuis, er waren geen gezellige terraskes om te blijven hangen. Wel zagen we lokaal exotisch wildlife, vooral pluizige kippen en lachende lama’s.

Via routeyou tekenden we schone ritjes uit die we op onze garmins laadden. Het ging vooral richting Vlaamse Ardennen, ook eens naar Terneuzen maar dat was gans de tijd rechtdoor en een beetje saai. We deden vooral daguitstappen maar eenmaal geëquipeerd met jumbo Ortlieb tassen waren we klaar om er met de tent op uit te trekken. Onze eerste meerdaagse eindigde bijna in het station van Gent Sint-Pieters. We hadden een tweedaagse uitgetekend vanuit Charlerloi met overnachting in een bivakzone in de buurt van Chimay. We waren niet de enige die met de fiets op de trein wilden, wel de enige met een fiets van die omvang. We mochten er niet op. Onze conducteur lachte ons net niet uit. We zijn dan maar beteuterd afgedropen en naar Ronse gefietst.

De teleurstelling van de dag. De fiets mocht niet mee.

De tochtjes deden deugd! We aten zuurdesem ciabatta’s van Bakker Klaas, het was altijd goe weer, de kinderen lazen strips en trapten mee als ze goesting hadden. Maar vooral, het was het moment dat we even ontsnapten aan het huisarrest van de lockdown, het gaf ons energie en we konden er weer voor een week tegenaan.

lekker lekker!
luiaard1
luiaard2

In 2019 beslisten we om ons werk, huis, leven in België een jaar on hold te zetten en te gaan reizen. Onze plannen schoten alle kanten op, maar gingen vooral richting Azië en richting iets actiefs. Het plan kreeg vorm, het werd Zuid-Oost Azië of toch een stuk ervan, met de fiets vanaf 1 september 2020. Begin 2020 kochten we tweedehands 2 Pino Hase tandems, fantastische beesten die ons vanaf dag 1 plezier en vertier brachten. Kort na de aankoop van onze nieuwe vrienden brak de pandemie los. We stelden uit en uit en kortten ons plan en onze radius in. Onze spaarcenten moesten rekeningen betalen en God weet wanneer we opnieuw onbezorgd door Thailand kunnen tjeezen. Dus kwam er een plan B waar ieder gezinslid zich in kon vinden. Een reis vanaf april 2021 met vertrek vanuit ons kot!

In deze blog zullen we het vooral hebben over reizen en fietsen. We vertrekken pas over enkele maanden, maar we voelen het avontuur al kriebelen.