Nicht aan steigen denken

De zomer van 2020 bracht niet veel spectaculairs. We hadden niets gepland want we dachten dat we in september een jaar op reis zouden vertrekken. Onverwacht werd in augustus ook een catering opdracht van 2 weken in de Ardennen last minute gecanceld. Balen bij de zoveelste annulering, tegelijk kwam er een gat van 2 weken in onze agenda. Toch een lichte vreugde bij een onverwachte vakantie van 2 weken. We dachten aan iets dichtbij in het groen dat we nog niet hadden gezien en het werd Schwardzwald! Ik vond inspiratie op de blog van Stien en een plan werd gesmeed. We hadden onze zinnen gezet op de Schwarzwaldpanoramaradweg, alleen al om het uit te spreken. De fietsen werden gedemonteerd en in onze camionette geplooid. Fietszakken werden zeer bedachtzaam gevuld. Enkel het noodzakelijke en een paar luxeartikelen (zoals opblaasband, hangmat, frisbee, bal) werden ingepakt. Achteraf gezien was het noodzakelijke toch nog vrij uitgebreid.

Van kaarten worden wij blij!

Het traject

Het plan was om de Schwarzwald Panoramaradweg te volgen tot aan de Rijn en dan het vervolg te bedenken. We vertrokken vanuit Höfen an der Enz, een dorpje langs de Enz dat al een beetje hoger en groener ligt dan het officiële startpunt van de Panoramardaweg, Pforzheim. Na een paar kilometer konden we in Bad Wildbad een alternatieve route nemen. Deze voerde ons recht het woud in en daarvoor waren we naar Schwarzwald gekomen. We zijn niet meer teruggekeerd naar de Panoramaradweg. We genoten te hard van de stilte en de geborgenheid van het dichte groene woud en hadden al vlug door dat de Panoramaweg eerder langs dan door het woud ging.

We reden vooral op kaart en op goed geluk. In het algemeen is het moeilijk om verloren te fietsen in Schwarzwald. Er is een uitgebreid fietsennetwerk dat zo goed als volledig autovrij, bewegwijzerd en meestal onverhard is. Het is er wel stijl. De paden gaan vaak recht omhoog. Naar boven rijden is soms onmogelijk, naar beneden rijden soms ook (voor mij toch, Bart heeft daar minder last van). Soms zaten we duidelijk op een wandelpad en was het teambuilding om de fietsen naar boven te krijgen, soms waren we het noorden kwijt en legden we alle apparatuur en kaart en wegwijzers samen om ons te oriënteren. Iedere dag namen we ons voor om de volgende etappe uit te tekenen en op onze telefoon en garmin op te slaan maar we eindigden onze fietsdag altijd iets te vroeg op een terras en er kwam van route uittekenen nooit iets in huis. Damn those big German beers.

We hebben ons traject niet getrackt. Onze apparatuur was permanent bijna plat, dus hebben we thuis een poging gedaan om onze tocht te reconstrueren. Het zag er ongeveer zo uit.

Onderweg

We sliepen in onze tent. We hebben ongeveer de helft van de tijd wild gekampeerd en de andere helft van de tijd op een camping gestaan. De campings in Duitsland vonden we nogal duur (wij betaalden ongeveer €50 per nacht voor ons 4) maar wel spikkerdespan. Je kan er van de toiletbril eten, zo proper zijn ze! Het nadeel is dat het sanitair zowat de helft van de tijd niet toegankelijk is omdat er gekuist wordt. Qua sfeer en gezelligheid kan het variëren. Het wildkamperen vonden we leuk en spannend. En nog meer dan een camping was elke plek totaal anders.

3 augustus 2020: Gent – Höfen an der Enz

Na een bijzonder geslaagd vertrek staan we om 14u30 aan Camping Quellgrund in Höfen aan der Enz. De camping houdt siësta tot 15u. In afwachting eten we lunch uit de fietszak en melden ons stipt aan bij een cowboyachtig type. De camping is een aanrader. Het tentveld ligt langs de kabbelende Enz en er is een gezellige biergarten waar ze lekker eten serveren. Ze durven wel doorrekenen. Om onze auto op de parking te laten staan vragen ze 10€ / dag. We vinden dat nogal veel en beslissen om hem in het dorp aan het station te zetten.

We moeten nog een beetje onze weg zoeken in onze bagage en zijn de namiddag bezig met tent opzetten, fietszakken herorganiseren en fietsen monteren. ’t Is efkes paniek wanneer de ketting van één van de Pino’s gedraaid zit en zich langs geen kanten terug laat draaien. Ettelijke youtube filmpkes verder valt hij terug in de plooi. Geen idee hoe we het uiteindelijk gefikst hebben. ’s Avonds eten we pizza in het dorp en rijden in de gietende regen terug naar onze camping.

4 augustus: exit panoramaradweg

Met de natte tent in de zak – altijd een heerlijke start van een kampeervakantie – verlaten we Höfen an der Enz. Het gaat reuzevlot. De Schwarzwald Panoramaradweg loopt langs de camping en staat mooi bewegwijzerd. Na een paar kilometer langs de rivier en af en toe een zijsprong in het bos kunnen we in Bad Wildbad een alternatieve route nemen die ons wat meer in de bossen zal brengen. Daarvoor moeten we eerst stevig stijgen langs een mottige weg die heel stijl is en heel druk. Er is ook een kabellift, de Sommerbergbahn. Daar past na wat aandringen 1 Pino in. Bart zet zich aan de beklimming, terwijl de kinderen en ik ons naar boven laten takelen.

Eenmaal boven gaat het pad door het zwarte woud. In het begin zijn er heel veel wandelaars maar deze geraken hoe verder hoe meer uitgedund. Het is zalig fietsen. Het weer is goed, we zijn er na een tijdje zo goed als alleen met enkel de lange groene dennen en sparren. De zon schijnt door de toppen en het woud is groen en dens en bijna tropisch met hoge varens en mos. Het is prachtig. We zien op de kaart dat de Panoramaradweg ons terug naar de rand van het bos brengt en vooral langs de dorpen kronkelt. Vanaf dan laten we de Panoramaradweg los en rijden we op kaart.

’s Avonds eten we schnitzels en knödeln in het restaurant van een schattig hotel in Besenfeld. Onze eerste fietsdag willen we afsluiten met een wilde kampeerplek. Op de kaart zien we 5 km bergafwaarts een rivier en vertrouwen erop dat we daar wel een plekje zullen vinden. De kinderen zien het wild kamperen eerst helemaal niet zitten. In hun hoofd is het gevaarlijk (Ramon) en verboden (Nanou). Ze zijn gelukkig te overtuigen en na wat zoeken vinden we een heerlijke spot met hoog gras vlakbij de rivier.

In de tent staat het gras tot halfhoog en ’s nachts is het steenkoud, maar ’s ochtends als die zon van achter de berg komt en het natte gras droog schijnt, dan smaakt de koffie zo goed.

daar komt het zonnetje piepen

5 augustus

Na onze eerste nacht in het wild vullen we de buikjes met muesli en oplosmelk en zetten vaart naar een meertje 5 km verder voor een luxe-ontbijt van ijsjes, koffie en een duik in het water. We geraken maar moeilijk terug in gang.

De volgende halte is Freudenstadt (Nanou noemt het steevast fruitstad). De weg kronkelt langs mooie gravelpaadjes door het dichte woud. Het is al flink over de middag als we de stad bereiken. Heet, honger, leeg,… we smijten ons op het eerste terras dat we passeren en leven op van het koude Weissbier en het eten. Ramon is uitgehongerd en eet nooit geziene porties (frieten en schnitzels again). Freudenstadt blijkt een heel mooi stadje met frisse perken, pleinen en fonteinen. Daarna gaat het weer omhoog, ik vervloek het Weissbier en puf belabberd naar boven. Het is weerom genieten, iedereen is ook steeds heel vriendelijk en nieuwsgierig naar de fietsen. Schwarzwald rijdt vol oudjes op elektrische mountainbikes die ons steeds vragen of de sehr schönen Fahrräder eine Batterie haben? Wij antwoorden dan in Jean Marie Pfaff Duits dat de kinderen de Batterie zijn.

Onderweg stoppen we aan een bioshop in Schömberg om wat groenten en kaas in te slaan en raken aan de praat met wat mensen bij de shop. Ze maken deel uit van een biologische landbouwcoöperatie en leven er met een vijftal gezinnen samen. Ze maken brood en kaas, kweken groenten en fruit en houden dieren. Er is een atelier waar tuigen gemaakt worden waarmee paarden de akkers omploegen. De bakker nodigt ons uit om de tent in de boomgaard op te slaan. Het is er idyllisch, iedereen loopt er kleurig bij, is vriendelijk, de glooiende velden met groensels schitteren in de zon. ’s Avonds brengt de bakker koekjes, broodjes en een fles wijn. Nanou en Ramon vinden er vriendjes voor een dag en willen er niet meer weg. ‘s Avonds slapen we op een warm bedje van hartelijkheid en gastvrijheid.

6 augustus

We geraken weerom maar moeilijk weg. Ramon zit bij de beesten en wij op het terras van de shop aan de koffie met melk van de koe. We bestuderen de kaart, maken een plan, kopen nog wat kaasjes en broodjes, drinken nog een koffie en vertrekken richting Schenkenzell.

Het eerste stuk is zacht glooiend door de groene bossen, daarna wordt het een beetje woest en tenslotte blijft het maar stijl naar beneden gaan tot in Schenkenzell. Schenkenzell is een charmant dorp langs de Kinzig rivier. Het is prachtig weer en de rivier lonkt. Na enkele toertjes door het dorp vinden we wat verdroogd gras onder een boom langs het water waar we ons voor een uur of 2 installeren. In het parkje staan een soort knikkerbanen die ook als zonnebed dienst kunnen doen. Iedereen blij.

Op vraag van de kinderen reserveren we een camping met openluchtzwembad in Steinach. Het fietspad volgt de rivier en loopt lichtjes bergaf tot in Steinach. De route gaat vlot in het dal maar is ook een beetje saai. Er loopt een hoofdweg parallel aan het fietspad wat voor lawaai en veel passage zorgt. Tegen 18u zijn we ter plaatse. Nanou en Ramon popelen om in het water te duiken maar helaas, door corona en de drukte is het zwembad vroegtijdig dicht. De camping zelf maakt niet veel goed. Het is er heel erg druk, de tentjes staan zeil aan zeil en vlakbij onze tent ligt een bouwwerf van een dam die ze aan het bouwen zijn.

7 augustus: walhalla

We zijn nog nooit zo snel ingepakt en rijden richting Mühlenbach. Met een taartje op een bankje bestuderen we nog eens de kaart. Vanuit Mühlenbach gaat het langs de weg naar een punt dat Landwasser heet. De weg stijgt en het is warm. Eerst stijgt het gezapig langs een riviertje, het is puffen maar het gaat. De laatste 2 kilometer zijn crazy. Fietsen is hier met de Pino’s niet meer mogelijk. Zelfs Bart moet afstappen. Het is bloedheet en pal op de middag. Gegaard komen we boven. Op de top is er een restaurantje met een terras dat uitkijkt over de vallei. We bestellen frisse drankjes en vullen de buikjes. Ik dacht, ik bestel iets lokaals, ik dacht een regionale salade met een soort kaas. De kaas is fleichkaas, een teloor vol slierten hespeworst.

Na deze heerlijke uitspatting duiken we terug het bos in voor de schoonste etappe van de reis. Het is heet en we willen water. In Schonach, een 20 tal kilometer verderop is een Naturbad, wat een perfecte eindbestemming is voor deze dag. Het gaat de hele tijd lichtjes naar boven op een gravel pad door het bos, de schaduw doet deugd, we komen geen kat tegen. Nanou tatert er op los over alle vakanties van de laatste 5 jaar waar we met vrienden of familie een huisje huurden en gezellig ter plaatse bleven.

In Schonach rijden we recht naar het Naturbad en belanden in ons persoonlijk Walhalla. Een groot glooiend groen veld met veel bomen, een fris bad, weinig mensen, namiddagzonlicht, een toilet en last but not least, een bar! We geraken er niet weg en duwen de gedachte weg dat we nog een slaapplaats moeten zoeken. Om 20u sluit het domein. Naast het domein ligt een veldje met wat bomen en rotsen dat als parking dient :-). Ik vraag de badmeester of we onze tent in een hoekje mogen opzetten en hij vindt het goed. ‘s Avonds schaft de pot kruidige noodles uit een zakje die we met z’n allen uit 1 pot oplepelen. Daarna kruipen we in onze slaapzak en tegen de ochtend is de geur in de tent om achterover te vallen.

8 augustus – viva das Naturbad

Na een eerste ontbijt en een potje frisbee kopen we de plaatselijke supermarkt leeg en leggen onze handdoekjes onder een grote dennenboom aan het Naturbad.

We eten en zwemmen tot 17u en wanneer de zon wat minder genadeloos schijnt sleuren we ons op gang voor een korte etappe naar Linach. Het gaat onmiddellijk steil omhoog door het bos. We doen het rustig aan, Nanou trapt en ik duw de fiets naar boven, en zo komen wij stukje voor stukje vooruit zonder ons kapot te peddelen. Na de steile etappe volgt een prachtig stuk langs de weg. Het landschap begint wat op de Alpen te lijken en de avondzon zet alles in een prachtig licht. Het is echt genieten. We rijden door Fürtwangen en slaan af richting Linach, waar een camping zou moeten zijn. Nanou heeft de telefoon vast met de route en roept de kilometers af. Rond 19u komen we aan op een prachtige mini-camping met fenomenaal zicht op de vallei. De camping wordt uitgebaat door een stokoud vrouwtje. Ze heeft eigenlijk geen plaats, door de droogte is er geen water genoeg, maar ze wil ons na wat zielig doen niet wegsturen en we mogen blijven. Uit sympathie gaan we niet in de douche en kruipen stinkend de tent in. ’s Ochtends rijdt Bart de camping rond met een 84-jarige stacaravan bewoonster die de fietsen de max vindt.

9 augustus – Titisee

Ramon zingt al de ganse week “Waar is de Titisee? Daar is de Titisee!”. Dus vandaag rijden we naar de Titisee. De Titisee is een groot meer en ligt in het gelijknamige stadje (Neustadt)-Titisee. Het is een mooie rit (alweer). Grote stukken door het woud, kleine weggetjes langs dorpjes en soms een kort stukje hoofdweg. Veel rode wouwen ook, zwevend in het landschap. Na een klein uurtje fietsen stoppen we aan een biergarten en eten er ons eerste stuk schwarzwälder kirschtorte. Amai dat is lekker!

De weg is mooi tot we het stadje Titisee naderen, het wordt erg druk, het stadje zelf vinden we afschuwelijk. We schrijven anno corona, de stad loopt vol mensen, de terrassen en winkels puilen uit van het volk. Titisee is populair bij toeristen. Langs het water zien we de eivolle campings liggen. Het kriebelt om snel terug weg te rijden maar omdat het erg heet is zoeken we een plekje langs het water om te lunchen en te zwemmen. Ramon gaat vissen spotten en Nanou oefent haar achterwaartse koprol in de zwemband. Bart en ik bestuderen de kaart en beslissen om verder te rijden naar de Kirnsbergsee.

Nanoutje en de achterwaartse koprol.

Het is een opluchting weg te rijden en de drukte achter ons te laten. Onze route naar Kirnbergsee loopt wat fout en gaat via een drukke (ik), efficiënte (Bart) pas. Het is heet en het gaat omhoog. Na de pas volgt een zalige zachte afdaling van 7 km tot aan de Kirnbergsee. Het is er fantastisch, een groot stuwmeer met ganzenkolonie en kleine camping. Op de camping staan vooral stacaravannen. Er is een petieterig tentenveld aan het water waar we nog nipt onze tent bij krijgen. Het lijkt een festivalcamping met allemaal kleine tentjes en een paar uit de toon vallende familietenten. Het is er love and peace tussen de dreadlocks, de gezinnetjes, de metalheads en de fietsers.

Joehoe! Een festival!

Voor het eten duiken we nog even het water in. “Het water stinkt” zegt Nanou. “Dat komt van al die ganzenkak” zegt Bart. Mijn goesting om te zwemmen is op slag over en ik doe mijn best om mijn haar boven water te houden en mijn mond dicht. Na de zwem blijkt de keuken van de strandbar helemaal uitgeput te zijn. De trekmaaltijden die al een week in de fietszak zitten komen dan toch eindelijk van pas (we blijken ook al een week een leeg trekmaaltijd zakje gevuld met afval van de vorige wandeltrektocht mee te sleuren). De kinderen vinden die trekmaaltijden maar niets.

Ganzenkak.

10 augustus – rust op de festivalweide

Een echte rustdag op onze festivalweide aan het welriekende meer. Bart zorgt voor uitgebreid ontbijt en we hangen onze hangmatjes op. De dag kabbelt, de kinderen spelen in het water met de opblaasband en Bart en ik lezen een boekske in de hangmat, doen een dutje in de hangmat en drinken Aperol Spritz in de hangmat. Aan de kinderen geven we een zak chips zodat we romantisch in de hangmat van onze Aperol kunnen nipp.

’s Avonds eten we op de camping. Het eten is er niet fantastisch maar het is er zalig zitten. De kinderen springen nog eens in het water. Nanou blijft tot bedtijd in haar zwemband dobberen.

11 augustus

Adios festivalweide. De kinderen duiken nog eens in het ganzenmeer terwijl wij onze bagage bij elkaar scharrelen. Zoals elke ochtend lijkt het alsof onze tent zichzelf heeft uitgebraakt.

Het mag een beetje vooruit beginnen gaan dus beslissen we om de bosweggetjes even te laten voor wat ze zijn en terug de Panoramaradweg te volgen. Na een halfuur fietsen zitten we in het eerste dorp op een pleintje boterkoeken te eten, een uur later zitten we in het volgend stadje op een terras een ijscoupe op te lepelen, zo gaat het niet goed vooruit. Toch terug het bos in.

We rijden richting Sint Georgen im Schwarzwald om van daaruit terug naar boven te rijden. Het eerste stuk is gezapig en volgt een spoorlijn. In de verte begint het wat te rommelen en de lucht wordt een beetje donker. Wanneer we door Sint Georgen rijden begint het te regenen en te donderen. We rijden verkeerd, het is donker en nat, de sfeer is op en top. Na een tijdje klaart het terug op, schijnt de zon, verandert het landschap en is het opnieuw zeer scenic. Na een kleine omweg en veel hoogtemeters belanden we op een fantastisch terras en genieten van heerlijke dikke licht zurige aardappelsoep, kaasjes, vleesjes, Weissbier, … Overnachten doen we in een bos tussen de naaldbomen op een bedje van mos en naalden. Helaas staat er ook een windmolen 50 meter verderop die bij lichte wind een afschuwelijk geluid maakt. Het klinkt als een een alarm en Nanou is direct in alle staten. Het duurt even voor we door hebben dat het de molen is die het gierende geluid maakt en tuimelen in dromenland op een moment dat het even stil is. ’s Nachts is het warm in de tent en het ruikt er eens niet naar zweetvoeten en stinkkleren. Heerlijk dat dennenbos.

12 augustus

Wakker worden in een droge tent. Er loopt geen condens op de zakken, alles is droog en geurt naar bos. Het is prachtig rijden in de ochtendzon, langs glooiende weides en grote oude boerderijen. Er is niemand op de weg, we rijden hier weeral alleen.

Na een keisteile afdaling komen we in Wolfach waar we lunchen in een zalige Biergarten en in de rivier springen. Ondertussen is er opnieuw onweer op komst. Dikke wolken schuiven voor de zon, het rommelt en begint wat te miezeren. We weten niet goed wat te doen en schuilen even op een parking onder een afdak. Na 3 potjes UNO is er nog geen echt onweer losgebarsten dus rijden we door. Het gaat bergop bergop bergop tot het afschuwelijk steil wordt. Bart krijgt extra bagage en een uitgeputte Ramon, ik duw met Nanou op de trappers de Pino de berg op.

een koekske tussen 2 stijg-stroken
Nicht an steigen denken!

Na de beklimming gaat het zoals steeds recht naar beneden tot in Schabach. We bekomen eerst op een heerlijk terras aan de rivier en overnachten daarna op een leuke camping. We zijn helemaal murw.

13 augustus – wildlife in de nacht

Het regent pijpenstelen als we wakker worden. Love it, in de natte de natte tent opruimen en al nat zijn voor vertrek.

Iedereen zijn regenbroek aan en lachen voor de foto!

We eten onder een afdakje op de camping, en vertrekken opnieuw richting Freudenstadt. Het gaat langs de weg over een stevige pas. Na al die recht omhoog hellingen zijn de haarspeldbochten een verademing. Na de pas rijden we terug het bos in, slaan een verkeerde weg in langs een wandelpad waar we de fietsen helemaal over rots en boomstronk sleuren en komen rond 15u in Freudenstadt aan voor een late licht onderkoelde lunch. De laatste etappe van de dag gaat naar Besenfeld, een stukje dat we al eens gedaan hebben. Voor we met lege drinkflessen terug het bos induiken vragen we aan een huis om de flessen te vullen met water. De dame vraagt we of spuitwater of plat water willen en geeft ons er een pak mierzoete koekjes bij.

In de bossen voorbij Besenfeld zoeken we opnieuw een plaats om de tent op te zetten. Terwijl Ramon en ik een hobbelig stuk grond afkeuren passeert er een koppel op mountainbikes en vraagt of we een probleem hebben. Aangenaam verrast door deze bezorgdheid antwoorden we dat we een plek zoeken om te slapen en ze wijzen ons erop dat er een tiental kilometer verderop een trekkershut staat. Quasi euforisch zijn we als we de hut aantreffen en we de tent niet hoeven op te zetten. Voor het eerst tijdens onze trip eten we aan een tafel en op stoelen en stoken we een vuurtje, tot er vanuit het niets 2 grijzaards in een autootje komen aangeraced die ons het vuur laten doven. Droogte en brandgevaar… Daarna is het rap donker en wordt er nog een maaltijd getoverd met fietszakrestjes.

In de stoffige hut spreiden we de tarp open en leggen de 4 matjes naast elkaar. Het is er stekedonker, de kinderen vinden het een beetje eng en klampen zich vast aan ons lijf, hun hoofdjes in onze oksel. Dan wordt plots in de spouw van de muren een knaagdier wakker. Het beest maakt een kabaal van jewelste, het knaagt, het trippelt, het ritselt en skwieeekt. De hut is groot en werkt als een gigantische klankkast. Op Ramon na liggen we allemaal wakker tot het licht wordt. Tijdens de lange nacht kruipt er ook een vervelende gedachte in mijn hoofd. Ik heb het heuptasje met de autosleutel vandaag precies niet gezien of wel of niet of wel of niet …. (nicht aan Autoschlüssels denken!).

14 augustus

Het gezin wordt wakker en ik duik gelijk zot in de fietszakken op sleuteljacht. Alle zakken worden uitgeschud, het is nog een groter boeltje dan anders maar de sleutel is nergens te vinden. Ik bel de camping waar we gisteren gelogeerd hebben en ja hoor het heuptasje ligt daar en ja inderdaad, er zit een autosleutel in. We vloeken al een beetje minder hard dan daarnet. Met een vermoeide kop bedenken we een plan. De sleutel ligt een 40-tal kilometer terug, onze volgende bestemming en tevens eindpunt, Höfen ligt 30 km verder. We beslissen om verder te rijden naar Höfen en voor Bart een koersfiets te fiksen voor de volgende dag. Na wat verdwaasd verkeerd rijden op het plateau hebben we het efkes helemaal gehad en wanneer op dat moment de Autoweg ons pad kruist is het over en out met de bossen en de gravelpaadjes en sjezen we 17 km naar beneden op gladde asfalt tot in Bad Wildbad.

lost on the plateau

In Bad Wildbad vinden we geen koersfiets maar wel een gigantische teek in Ramon zijn haar. We zitten op een terras en ik probeer met de tekentang de teek eruit te halen. Ik heb die er normaal in een handomdraai uit maar deze niet. Deze breekt af en een stukje blijft in Ramon zijn hoofd zitten. De serveuse wijst ons een dokter aan het eind van de straat, hij is er nog een kwartiertje, we kunnen nu meteen best gaan. De teek wordt vakkundig verwijderd en Ramon krijgt een schone bruine plakker.

’s Avonds in de tent is ’t van tekencontrole.

no escape to petzl

15 augustus: the end

Bart gaat een dagje autorijden om de autosleutel op te pikken op de camping waar die is achtergebleven. Met een huurauto uit Pforzheim kost het 120€. Bijna exact wat we aan de camping zouden betaald hebben als zij voor onze auto zouden hebben gezorgd als we hem daar hadden laten staan. Karma it is!

Het wordt een dagje van chillen op de camping. Nanou en Ramon spelen in de ijskoude Enz en ik lees wiegend in mijn hangmat mijn boek uit. ’s Avonds kruipen de kinderen in de hangmat en slapen als marmotjes buiten in hun warme slaapzak.

2 gedachten over “Nicht aan steigen denken

  1. Heerlijk verslag! Echt het leven zoals het is op fietsvakantie 🙂 Wel sneu van die autosleutel! Wij betaalden voor de parking op de camping in Höfen maar 30euro voor 2 weken! Wel zotjes dat ze zo opgeslagen zijn! Ik hoorde van Annelyse ook al dat de campings duur waren in Duitsland, wij hebben dat niet zo ervaren maar dat komt wellicht omdat we met een grote bende zijn en dat standaard best duur is 🙂

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: