Onze laatste dag in San Cristobal. Ik voel een beetje weemoed. Hoe leuk het leven on the road ook is, telkens we ergens langer dan 3 dagen blijven wordt het al snel een thuis.
Er is iets magisch aan San Cristobal dat reizigers doet blijven hangen. Niemand vertrekt onmiddellijk. Het is de bohémien sfeer die er hangt, de aangename temperaturen, de architectuur van lange rechte straten met gladde stenen en kleurige lage gebouwen, de groene bergen, de vele hoekjes, pleintjes, kraampjes en bars. De stad prikkelt en houdt vast. Tegelijk zijn er heel duidelijk 2 werelden. De hippe reizigers en de indigenous people. De armoede van de laatsten staat in schril contrast met de eersten.
Vandaag staat in teken van de laatste dag en nog eens doen wat we hier doen. Een nieuwe straat inslaan en een koffie drinken op een pleintje, wandelen naar de Iglesia de Guadaloupe, een glas wijn drinken, snuisteren op de artisanale markt aan de Iglesia de Santo Domingo, streetfood eten en de zon zien opkomen en ondergaan achter de bergen.
Iglesia de Santo DomingoCalle de GuadaloupeIglesia de GuadaloupeIglesia de Guadaloupe, met neon boven het altaar ❤️
Bart en in struinen met z’n 2 door de staten en in de late namiddag halen we de kinderen uit hun hostel cocon en nemen hen nog eens mee de stad in. Aperitief op een dakterras in het centrum, de zon zien ondergaan en daarna iets eten. Geen Mexicaans maar Thaïse streetfood.
Een zot programma vandaag. Om 3:30 worden we opgepikt door een busje dat ons naar Agua Azul, Misol Ha en Palenque zal brengen. 10 uur op de bus, om 22u zijn we terug.
De chauffeur is stipt. Om 3:20 staat hij aan de poort van de hostel. In het busje zit nog een grote Mexicaanse familie en nog een paar mensen. De rit gaat door een afgrijselijk mooie natuur. De weg is smal en gaat helemaal op in het regenwoud, op sommige plaatsen volgen de bochten elkaar zo snel op dat de neus en de bumper in een andere bocht lijken te zitten. Putten, bulten en oneindig veel toppes. 450 zegt de chauffeur. 450 drempels over 220 km. Dat is veel en dat voelen we. Gelukkig hebben onze kiddies een dosis siroop gehad en blijft de spaghetti van gisteren schoon binnen. Bochten, bulten, slecht wegdek maar wat een decor! Het steekt ergens dat we dit niet fietsen, zo’n uitzicht hebben we nog niet gehad.
Het is 8:30 als we in Agua Azul aankomen. De Cascadas de Agua Azul zijn een reeks watervallen in Chiapas. De naam refereert aan de kleur van het water, dat zeer helder blauw is en een hoge mineralenconcentratie heeft. De watervallen bestaan uit een serie kleinere watervallen die achter elkaar gelegen zijn en van plateauvormige rivierbeddingen afstromen. Je kan er op verschillende plaatsen zwemmen. De grootste watervallen overbruggen een hoogteverschil van zo’n 6 meter.
Pieste in onze zak bananen
We installeren ons naast een turquoise bad en genieten van het water terwijl de toekans boven ons hoofd vliegen.
Langs het pad zijn er veel verkopers. Agua de coco amiga? Cerveza amigo? Souvenir amigo? We hebben hier veel vrienden zegt Ramon. Na 2 uur zwemmen, springen en op een warme steen liggen keren we terug naar de bus. Volgende stop, Misol Ha. Waw, het water stort hier 25 meter naar beneden, je kan helemaal achter de waterval wandelen. De rotsen zijn weelderig begroeid, er zijn miniwatervalletjes, instagrammeisjes die met kiekenvlees allerlei poses aannemen, Nanou slaat het gefascineerd gade. De stop aan Misol Ha is kort. Bart kan nog net in het water springen en naar de waterval zwemmen, hij geraakt er niet onder, daarvoor is de kracht van het water te sterk.
Final stop is Palenque. Palenque is een oude stad in de jungle waar de open vlaktes overgaan in de bergen. Het plaatsje is ongeveer 100 jaar voor Christus ontstaan en bereikte zijn hoogtijdagen rond de 7de eeuw. Veel van de tempels die nu te bezichtigen zijn werden in deze tijd gebouwd. Rond het jaar 900 werd de stad verlaten omdat het continue in gevecht was en in verval raakte. Eeuwenlang bleef de stad onbewoond, tot in 1773 verhalen opdoken van stenen paleizen in de jungle. In een gebied van 8 vierkante kilometer zijn inmiddels 1453 verschillende gebouwen gevonden. Een fractie ervan is blootgelegd.
Wat de tempels van Palenque bijzonder maakt, is dat het een van de weinige plaatsen is waar het leven van de Maya koningen uitgebreid is beschreven op de vele stenen. Spijtig genoeg kunnen de stenen niet bezocht worden. Door corona mag je nergens op of in. Voordeel is dan weer dat de bouwwerken er maagdelijk bij liggen.
Nanou heeft het gehadLianen in de harenKlaar om terug te keren
De terugrit is een herhaling van de ochtendrit, kronkelen in de jungle, en botsen over de topes.
De beste zondagen starten met croissants, suissen en chocoladekoeken. Vooral als ze van een Franse patissier komen. Feestontbijt!
Ohlalalaaaa!
Het is een zonnige zondag in San Cristobal. Er is geen programma vandaag. De jongelui willen in de namiddag nog eens naar de souvenirmarkt, in de ochtend willen ze cocoonen in de hostel. Sinds ze hun eigen kamer hebben zijn ze helemaal thuis.
Na het ontbijt komt Sebastian langs gereden. Hij rijdt verder naar Palenque en komt afscheid nemen. Nanou heeft een armbandje gemaakt, we zullen het missen hem elke dag te zien opduiken.
Het is echt zondag. Bart en ik gaan een koffietje drinken in het centrum en naar de markt. Terwijl we de koffie drinken, klinken er steeds luidere knallen en zien we in een tegenoverliggende straat een stoet naderen. Het is feest van de Barrio Santa Lucia. Er wordt muziek gemaakt en gedanst, mensen zijn verkleed, op de wagens staan kinderen die met snoep, stiften en stylo’s gooien. Ze gooien hard en welgemikt. Naast ons staat een man te praten, hij let niet goed op en krijgt 2 grote whiteboard stiften keihard tegen zijn hoofd gekeild.
Daarna duiken we de centrale markt in. Kippen, orgaanvlees, vis, garnalen, jeansbroeken, groenten, kruiden, zoetigheid, … er is weinig dat er niet wordt verkocht. We kopen alles voor spaghetti en kruiden, cactusvijgen, kaas, bananen, tamales, cake en brood. Morgen doen we een kamikaze trip naar Palenque. We vertrekken zeer vroeg en komen zeer laat terug. We zullen alleszins geen honger lijden onderweg.
De dag glijdt voorbij. De kinderen kopen nog wat souvenirs op de souvenirmarkt. Bart maakt de zaligste bolognese saus en we kruipen vroeg in bed. Morgen komt de bus ons om 3:30 oppikken.
Vanuit San Cristobal is alles mogelijk. Een daguitstap naar Chifflon, Palenque, Cañon del Sumidero, … alle highlights van Chiapas liggen binnen handbereik. Je boekt je plek in een busje en weg ben je. Het is niet het toerisme waar we wild van zijn maar we willen de plekken graag bezoeken zonder fietsen. Dus gaan we vandaag met een groepje jongeren naar de Cañon del Sumidero. Voor 400 peso’s per persoon zijn we de ganse dag op stap. Included zijn de toegang tot het nationaal park, 3 miradores, een boottocht door de cañon en een bezoek aan Chiapa de Corzo.
Hello hairy friend
Om 9u worden we opgehaald, de kinderen gewapend met een siroopje tegen reisziekte. Na anderhalf uur rijden komen we bij de miradors. Cinco minutos roept de chauffeur bij elke mirador. Genoeg om eens in de diepte te kijken, een foto te nemen en terug in te stappen. Nanou vindt het heerlijk. Normaal staat mirador en nationaal park gelijk aan met rugzak en stevige schoenen naar boven wandelen en terug, liefst via de langste weg. Niets van dat vandaag. Stop en go is het, wandelen in het nationaal park zit in geen enkel programma. Het uitzicht is wel fenomenaal, gieren cirkelen boven de cañon die op sommige plaatsen 1000 meter insnijdt.
Na de miradors rijden we naar een groot stuwmeer waar toeristenbootjes vertrekken. Elk zijn zwemvest aan en instappen. We hebben geluk en zitten helemaal voorin in de boot. Bart kan zijn beentjes strekken en we hebben mooi zicht. De tocht duurt 2 uur en is heel indrukwekkend. Naarmate we dieper de cañon in varen worden de muren hoger en hoger. Ze zijn begroeid met prachtige planten, lange cactussen, een verticale tuin van groen.
Er is een prachtige waterval, die de vorm heeft van een kerstboom. De bootdriver geeft ons een verfrissende douche en gaat traag onder de waterval varen. Gegil alom, smartphones en camera’s worden weggeborgen. Het is meer water dan je zou denken.
Arbol de navidad
Wat verderop vaart de boot naar de oever en daar ligt een krokodil met open bek in de zon. En daar nog één, en daar nog één en daar zwemt er één, ooh en er zwemt er één naar de boot. Het ziet hier vol krokodillen. Ze zien er loom en onschuldig uit maar we weten wel beter!
Onderweg zien we nog aapjes in de bomen slingeren en talloze pelikanen en gieren. Na 2 uur varen meren we aan in Chiapa de Corzo, één van de Pueblo Magico in Mexico. Pueblo Magico zijn dorpjes die de overheid onder de toeristische radar wil brengen. Er zijn er meer dan 100 en hebben allen iets bijzonders dat aandacht verdient. Het is een schone plek met de rivier die langs stroomt, de steeds kleurige straten en de bergen in de achtergrond.
Boom verslaat muur
Om 17u zijn we terug in San Cristobal. We worden afgezet op het centrale plein en wandelen in een avondzonnetje naar de hostel.
Na 2 nachten in een ruime familiekamer met balkon verhuizen we naar 2 kleine quarto’s in een uithoek van de hostel. Onze kamer is verhuurd, de volgende nachten slapen we in 2 kamertjes onder het dak boven de receptie. Positief is dat de zolder aan het dakterras grenst, de beste spot in de hostel om een koffietje in de zon te drinken. De kinderen vinden een eigen kamer de max, ze schuiven de bedjes samen en maken het gezellig.
Vandaag doen we een toer met de fiets naar Arcotete, een natuurpark op 7 km van San Cristobal. We rijden de stad uit, altijd rechtdoor tot we San Cristobal verlaten en een gravelpad omhoog nemen. Het is pittig fietsen, de hoogte, de artisanale biertjes van gisterenavond, ik verdraag het niet zo goed vandaag. We klimmen langs een stoffige piste naar de ingang van het park, parkeren de fietsen en zien een bekende fiets. Sebastian! Grappig hoe onze wegen steeds kruisen.
Hallo fiets van Sebastian
Het park is niet groot. Er is een grot, een bruine rivier en groen woud. De numerous hiking trails waarvan op internet sprake zijn onbestaande. We zien een koppeltje traillopers helemaal in tenue met rugzagkje en sporthorloge het pad opdraven en na een halfuur teleurgesteld terug naar de parking sloffen.
Zelf zijn we ook snel uitgewandeld, de kinderen zijn er niet rouwig om. Een koffietje en we bollen terug naar San Cristobal. Bergaf deze keer, de stad komt snel dichtbij, we glijden vlotjes terug het centrum binnen. Een ommetje langs de carneceria want vanavond eten we worst met appelmoes en puree!
En een ommetje langs de farmacia want morgen gaan we de bus op naar el canyon de Sumidero.
San Cristobal, we love it. We logeren in een veel te gezellige hostel met weelderig binnenplein en zonnig dakterras. Onze 2 nachten hebben we uitgebreid naar 7. We plannen enkele day tours met een busje en enkele korte uitstapjes met de fiets. We zien af van lange fietsritten hier in Chiapas. De bergen zijn zalig maar de wegen smal, stijl en druk. San Cristobal zelf is een kleurige, levendige, prikkelende koloniale stad omringd door bergen. Het ligt hoog, het is koel en je drinkt er de beste koffie. Geuren, kleuren, kraampjes, de straten zijn recht en overal waar je kijkt zie je de groene bergen.
Good coffeeCalle dr. Ramon Corona!
We kuieren door de straten, drinken koffie en verliezen ons in de wirwar van kraampjes op de artisanale markt. De kinderen kopen een paar prullen en een coole T-shirt. ‘s Avonds treffen we Sebastian in een café waar lokale biertjes gebrouwd worden voor Gentse prijzen. We testen ze allemaal uit, ze zijn jummie.
Wanneer ik na een comaslaapje mijn ogen open zie ik bergen jungle. Waw! De bus kronkelt langs een smalle weg bergop door het groen. Het regent en het is mistig. Enige vreugde dat we dit niet hoeven te fietsen. De bergbaantjes en de goed verende bus hebben wel hun effect in onze buik. We zijn allen misselijk. Naar buiten kijken en door de neus ademenen…
Coronaschermpjes, op iedere bus aanwezig
In Tuxtla Gutiérrez moet iedereen uitstappen en wordt de bus helemaal ontsmet. Eenmaal uit de bus is de misselijkheid weg en is er toch enige honger. Bart en ik eten een broodje, de kinderen elk 2 grote American cookies. Vanaf Tuxtla Gutiérrez is het nog 80 km naar San Cristobal en 2.200 meter stijgen. En daar houden de maagjes geen stand. Nanou kan haar maaginhoud netjes in een zakje uitwerpen, maar wanneer de bus net voor San Cristobal plots remt kan Ramon zich niet houden en ligt er een grote bruine golf op zijn broek en de zetel, vloeibaar koekjesdeeg. Ramon kijkt met afschuw naar zijn maaginhoud en is ellendig. Er zit nog een lange broek in de rugzak, Bart wast de vuile broek uit in het toilet, ik probeer met servetjes de zetel schoon te maken en zet Ramon met een propere broek in een propere zetel. Hij voelt zich beter, ik blijf met servetten de grond, de zetel, de leuning schoon wrijven. Bart blijft aan Ramon zijn zijde, een zakje in de aanslag. Net voor we het station binnenrijden is het weer van dat. Nu geen golf maar een explosie, het spuit alle kanten op, overal behalve in het zakje. Aaargh! Het witte kind, bruine zetels, vuile doekskes, sorry voor de bus…
En dan is het leuk om te fietsen, het koele centrum door van San Cristobal. We zitten op 2.500 meter hoogte, het is 17 graden wat na 3 weken vergaan van de hitte heel prettig aanvoelt. De stad ligt omgeven door bergen, het is een andere wereld dan die van Yucatan. De stad is levendig, heel erg gericht op backpackers met overal hotelletjes, restaurants, koffiebars, kraampjes en veel Europese jongelui. Het is een plek waar veel volk blijft hangen en wij wellicht ook. We hebben 2 nachten geboekt in een charmante hostel maar beslissen al snel om ons verblijf uit te breiden.
Het plezier van de doden
We bekomen van de rit, wandelen door de straatjes en proeven allerhande street food. ‘s Avonds kruipen we onder warme dekens in een koele kamer. Heerlijk!
Hasta luego Isla Aguada, schattig vissersdorp aan de Golf van Mexico. We rijden nog een rondje door het dorp, zwaaien de pelikanen aan de lagune uit en rijden de grote brug over naar Isla Carmen. De Puente de la Unidad is met haar 3,2 km de op 1 na langste brug in Mexico en daar mogen wij overrijden.
Photo: Courtesy
Daarna loopt de weg over Isla de Carmen met rechts de zee en links de lagune. En dat voor 40 km. Een eiland, dat zal wel mooi zijn denken we. De realiteit is anders. Het is er droog, warm, druk en we rijden voortdurend langs sites van oliemaatschappijen. Allemaal hebben ze hoge muren met rollen prikkeldraad erop. In zee liggen de boortorens te blinken in de zon. Wegwezen hier!
Het zijn snelle kilometers en tegen de middag zijn we in Ciudad del Carmen. Na een lunchstop met veel gebraden kip en limonada de limon navigeren we naar het busstation.
En presidenten vaneigens
Bart vraagt plaatsen voor 4 volwassenen en 2 fietsen richting San Cristobal. Tickets rollen uit de printer, 1 lange strook van anderhalve meter lang. Niemand stelt vragen over de afmeting van de fietsen. De bus vertrekt om 01:50 ‘s nachts. Dat wordt een lange dag. Het is pal op de middag en warm. We dwingen onszelf tot actie en rijden naar Playa Norta, een breed strand op 4 km van het busstation. Het strand heeft iets van een drive-in. Om de 5 meter staat er een palapa (een parasol van palmbladeren) met een auto naast. Mensen komen het strand opgereden, installeren zich onder een palapa, halen frisdrank en snacks uit de koffer en genieten van strand en zee (en boorplatformen, we tellen er 11). Het valt wel op hoe achteloos er vervuild wordt. Rondom ons alleen maar dikke auto’s en bijna niemand neemt zijn afval mee, plastic flessen en bekertjes belanden gewoon op het strand. De kinderen kijken met verstomming, de vanzelfsprekendheid waarbij afval achtergelaten wordt is hallucinant.
Wanneer het donker begint te worden rijden we terug naar het busstation voor een potje wachten op de bus. Ik ben er niet gerust in. De fietsen zien er gigantisch uit, zelfs in compacte toestand. Ramon valt in slaap, Nanou heeft wifi gevonden en vat post bij het oplaadstation. Het wachten duurt lang en de wachtruimte nodigt niet uit voor een dutje.
En dan is het zover. Onze bus is er. We voeren zakken en fietsen aan. De chauffeur schudt van neen, dat lukt niet, de fietsen zijn te groot. Maar de bagageman heeft er een goed oog in en laat Bart begaan. De fietsen schuiven er zonder probleem in. De bagageruimte is hoog en de fietsen kunnen tamelijk laag gebracht worden waardoor ze er rechtop kunnen worden ingeschoven. De zetels in de bus zijn zacht, de airco staat niet al te koud, ik val direct in slaap.
Isla Aguada is een parel, een kleurrijk vissersdorp waarvan de hoofdstraat aan een filmdecor doet denken. Palmbomen, schelpenzand, een turquoise muurtje aan een smal strand met een rode stenen strandboulevard, pelikanen, overvliegend of in rust op een paal en dolfijnen! Hier zie je de dolfijnen in de verte opspringen uit de zee. We zijn in vakantiemood en bekomen grondig van de 95 km van zaterdag. We blijven een dag extra ter plekke.
Nanou haar favoriete spot in het dorp
De eerste dag doen we samen met Sebastian een tour met een bootje om dichter bij de dolfijnen te komen. Ze zwemmen in groepjes voor ons bootje uit. We zien ze van heel dichtbij. Het bootje vaart ook langs een eiland met heel veel vogelleven en naar een idyllisch eilandje waar we allen het water induiken.
De dagen glijden voorbij. Bart prutst aan de fietsen, de rest maakt ondertussen macramé bandjes in de schaduw van een palmboom. De blondies leren schaken en zijn blij met het nieuwe spel.
We gaan naar het strand waar we ons installeren onder een verwaarloosde palapa. De hangmat aan de palen, het tapijt in het zand. Love it. De blondies spelen in de zee en het zand, de grote mensen doen een dutje terwijl ze een boek proberen te lezen. Wanneer de zon ondergaat steken we ons in het dorp vol ceviche en drinken pina colada. A hard life it is!
We merken niet zoveel van de Dia de Muertos. In een paar huizen zien we versierde altaartjes met fotos, spijzen en drank. Er klinkt veel muziek overal maar er zijn geen optochten zoals in de grote steden in Mexico. Op het plaatselijke kerkhof is er veel volk. De graven zijn kleurig versierd, mensen drinken en zijn bij hun overledenen.
Vandaag rijden we naar Isla Aguada, een rit van 96 km, onze langste etappe op Mexicaanse bodem. We zijn er vroeg uit en zitten om 7u15 op de fiets. Zoals steeds gaan de vroege kilometers goed vooruit.
30 minuten voor vertrek
We rijden 55 km in de ochtend. De wind zit minder goed dan we verwacht hadden, maar het is niet te heet – Ramon heeft zelfs een truitje aangetrokken – en het is mooi rijden. Links van ons ligt mangrove en rechts van ons de zee. Links zitten de gieren, rechts zwermen pelikanen. Prachtig om te zien. De nabijheid en de aanblik van de zee is heerlijk, het water oogt licht turkoois met witte schuimkopjes.
He’s back!
Rond 11u hebben we 55 km afgelegd en ploffen we ons op een strandje in de schaduw. Tijd voor frisdrank, guacamole, gefrituurde platanos en een bordje rijst. Bart duikt de zee in, de rest blijft in zijn plastic stoel zitten. De blondies vinden weeral schelpen.
Na de vroege lunch volgen 40 saaie warme kilometers. De zee is meestal weg, de lagunes ook. In de plaats krijgen we een weg waar we zover we kunnen kijken elektriciteitspalen zien. De enige afleiding zijn de leguanen die op de muurtjes langs de weg zitten. Maar die kunnen ook geen 40 km voor ambiance zorgen.
🥱
Iets na 14u rijden we eindelijk Isla Aguada binnen. We trekken de remmen toe bij de eerste supermarkt die we zien voor koude drankjes en wie staat daar op de parking?! Onze amigo Sebastian! Hij sliep op een strand 20 km verder dan waar wij sliepen en is verrast ons hier al aan te treffen. We brengen de rest van de dag samen door en klinken op de saaie weg langs de kust.
Anders dan de route is Isla Aguada een prachtige plek en ze hebben er de heerlijkste vis. Terwijl we zitten te eten zien we de dolfijnen opspringen uit de zee.